In L’Amour à la mer (1964) wordt een jonge Parisienne verliefd op een matroos die ze in Deauville heeft ontmoet. Maar de herfst komt eraan en de twee geliefden moeten scheiden. Ze schrijven elkaar en leiden elk hun eigen leven, hij in Brest met zijn maten, zij in Parijs, wachtend om hem weer te zien. Ze schrijven elkaar brieven. Zij wacht op hem; hij vergeet haar.
Om de bijzonderheid van de structuur en het ritme van de film te begrijpen, moet men kijken naar hoe deze tot stand is gekomen. Guy Gilles, die geen producent kon vinden die bereid was te investeren in een speelfilm van zijn kaliber, besloot namelijk dat vier korte films gemakkelijk tot één speelfilm konden worden samengevoegd. Met de steun van Pierre Braunberger (die films had geproduceerd van Jean Renoir, Marcel L’Herbier, François Truffaut, Jean-Luc Godard en
Maurice Pialat) en François Reichenbach, producent van zijn korte films, wist Guy Gilles onder meer Alain Delon, Romy Schneider en Juliette Gréco te strikken voor een rolletje.
Producenten prezen deze twintig minuten en moedigden Gilles aan, maar boden hem nog steeds geen financiële steun. Het was een bioscoopmanager, geïntrigeerd door deze korte film, die hem hielp bij het voltooien van wat Gilles’ eerste speelfilm zou worden, die echter nooit werd uitgebracht. Een gefragmenteerde film, waarin we gehecht raken aan elk onderdeel, elk moment dat sterft en vervolgens herboren wordt, net als de seizoenen die Gilles’ leven en films kenmerken.