Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, probeert de jonge Franz Kafka zijn passie voor literatuur te combineren met zijn dagelijkse verantwoordelijkheden. Met een groot talent voor het vermengen van realisme en fantasie en een voorliefde voor vlijmscherpe kritiek op bureaucratie en de mens, leeft Kafka in een wereld die wordt ingeperkt door zijn strijd tegen tuberculose. Zo laveert hij tussen de verwachtingen van zijn vader, zijn baan, intense relaties en zijn eindeloze drang om te schrijven.